|
10 jaar handanalyse onderzoek Hoe komt het eigenlijk dat de meeste mensen rechtshandig zijn? Deze vraag laat zich niet gemakkelijk beantwoorden. Wetenschappers hebben ontdekt dat diverse factoren hierbij een rol spelen, waaronder genen en omgevingsinvloeden.
Maar er zijn nog veel vragen onbeantwoord gebleven. Zo vormt het evolutionaire aspect van onze 'handigheid' nog steeds een groot mysterie. Wel hebben onderzoekers vastgesteld dat er relaties bestaan tussen linkshandigheid en de asymmetrische bouw van onze hersenen.
Een populaire mythe betreft het idee dat linkshandigheid meestal gepaard gaat met een zogenaamde rechter-hersenhelft-persoonlijkheid. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat bij linkshandige mensen de rechter hersenhelft welliswaar een dominante rol speelt bij fijn motorische taken. En in het algemeen kan ook worden gesteld dat de rechter hersenhelft de meer emotionele- en holistische hemisfeer betreft. Maar de veronderstelling dat linkshandigheid gepaard gaat met een rechter-hersenhelft persoonlijkheid is een mythe en hoort thuis in het rijk der fabelen. Wel is duidelijk geworden dat bij veel levende organismen de relatie tussen 'handigheid' en lichaam asymmetry niet beperkt blijft tot de hersenen (6) - overigens heeft de psychologe Marian Annett zelfs een compleet boek gewijd aan de relatie tussen linkshandigheid en de asymmetrische hersenhelften. Het mag daarom eigenlijk niet helemaal een verrassing worden genoemd dat in de morfologische verschillen tussen de beide handen een sterke relatie wordt aangetroffen met linkshandigheid (7). Het vervolg van deze pagina betreft een beschrijving van de inzichten die in mijn eigen onderzoeken hieromtrend heb verworven.
LINKSZIJDIGE duimlengte-asymmetry:
In
het algemeen kan worden gesteld dat bij de meeste mensen de duim van
de rechterhand iets langer is dan de duim van de linkerhand. U kunt
dit zelf vaststellen door uw hand plat voor u neer te leggen, om vervolgens de duim tegen de handpalm te drukken. Met het onderste kootje van de wijsvinger als referentie punt, kunt u nu de lengte van de duim
beoordelen. Meestal eindigt het topje van de duim in de buurt van
het midden van het onderste kootje van de wijsvinger – zie: het
streepje in de figuur. In dit geval kan de lengte van de duim
worden omschreven als: ‘normaal’.Wanneer u dit experiment bij een aantal mensen in uw omgeving uitvoert dan zult u bevestigd zien dat bij veel mensen de rechterduim (iets) langer is dan de linkerduim. In het afstudeeronderzoek voor mijn doctoraalstudie in de psychologie (1997) heb ik dit aspect van de hand met de hierboven beschreven methode onderzocht bij 103 proefpersonen. De duimen heb ik indertijd geclassificeerd aan de hand van de volgende scores: Omdat ook de handvoorkeur bij het schrijven van deze proefpersonen is geregistreerd, kan de data uit mijn afstudeeronderzoek worden gebruikt om de relatie tussen duimlengte-asymmetrie & linkshandigheid te onderzoeken: Om de onderzoeksresultaten overzichtelijk te maken is in onderstaande figuur de zogenaamde 'duimlengte-asymmetrie score' uitgezet tegen de 'handigheid', voor zowel de mannen als de vrouwen. De 'duimlengte-asymmetrie score’ is hierbij gedefinieerd als de score van de rechterduim minus de score van de linkerduim. Een REKENVOORBEELD: Indien bijvoorbeeld de rechterduim kan worden omschreven als: ‘beetje lang’ (score = 4) en de linkerduim als: ‘normaal’ (score = 3), dan resulteert dit in een ‘duimlengte asymmetrie score’: +1 (= 4 – 3). Een positieve score kan worden omschreven als rechtszijdige duimlengte-asymmetrie. Een negatieve score kan worden omschreven als linkszijdige duimlengte-asymmetrie. ![]() De RESULTATEN: Uit de gegevens in bovenstaande figuur blijkt dat linkszijdige duimlengte-asymmetrie slechts zelden wordt aangetroffen bij rechtshandige mensen. Bij de onderzochte mannen en vrouwen is dit fenomeen bij minder dan 5% van de rechtshandige personen aangetroffen. Linkszijdige duimlengte-asymmetrie blijkt daarentegen wel zeer frequent te worden aangetroffen bij linkshandige personen. Want bij de onderzochte personen is dit fenomeen aangetroffen bij 50% van de linkshandige mannen en bij 40% van de linkshandige vrouwen. Conclusie: Wanneer de linkerduim veel langer is dan
de rechterduim, OPMERKING: het verband tussen 'handigheid' en duimlengte-asymmetrie heb ik pas in de eerste helft van 2002 ontdekt. Enkele observaties in de handen van een linkshandige persoon hebben indertijd de aanzet gegeven om deze verbanden te onderzoeken. De observaties in de handen van de proefpersonen van mijn afstudeeronderzoek in 1997 zijn dus noch door kennis noch door vermoedens hieromtrent beinvloed. LINKSHANDIGHEID & In navolging van mijn afstudeeronderzoek heb ik in 1998 een vervolgstudie uitgevoerd waarvoor bij 99 nieuwe proefpersonen o.a. een digitale fotoscan van de handen is gemaakt. Een fotoscan biedt de mogelijkheid om de absolute lengte van de vingers exact te meten. Het resultaat van een data analyse betreffende de absolute lengte van de vingers is weergegeven in onderstaande figuur. De percentages hebben betrekking op het aantal casussen waarbij de absolute lengte van de linkervinger langer is dan de absolute lengte van de rechtervinger. [Overigens is de duim bij deze metingen buiten beschouwing gelaten omdat de absolute lengte van de duim via een fotoscan meestal niet nauwkeurig kan worden bepaald vanwege de geroteerde stand van de duim.] ![]() De RESULTATEN: Uit bovenstaande figuur blijkt dat bij rechtshandige mensen de vingers van de rechterhand meestal langer zijn dan de vingers van de linkerhand. Bij de wijsvinger is dit fenomeen het sterkst. Opvallend is ook dat dit fenomeen zwakker wordt naarmate de betreffende vinger zich verder van de duim bevind. Bij linkshandige mensen wordt een ander beeld aangetroffen: want bij de meeste vingers is bij tenminste 50% van de personen een langere vinger in de linkerhand aangetroffen! In grote lijnen kan daarom worden geconcludeerd dat de relatie tussen linkshandigheid en een linkszijdige duimlengte-asymmetrie kan worden doorgetrokken naar de overigens vingers, waarbij het effect minder sterk wordt voor de vingers die op een grotere afstand van de duim zijn gepositioneerd. LINKSHANDIGHEID
De RESULTATEN: Uit de gegevens in bovenstaande figuur blijkt dat bij rechtshandige mensen de rechterhandpalm vaker breder is dan de linkerhandpalm, echter opvallend is dat bij rechtshandige mensen de rechterhandpalm vaker korter is dan dan de linkerhandpalm! Bij de onderzochte linkshandige mensen blijkt de linkerhandpalm meestal breder dan de rechterhandpalm, maar de linkerhandpalm is bij hen meestal korter dan de rechterhandpalm! [de beschreven resultaten wekken sterk de indruk dat mogelijk op basis van combinaties van kenmerken een protocol kan worden samengesteld waarmee aan de hand van verschillen tussen de rechter- en linkerhand de aanleg voor linkshandigheid zou kunnen worden vastgesteld] ![]() UPDATES: - Jan 2005: een follow-up programma is opgestart. - April 2005: Met enige geluk ben ik in staat gesteld om dit onderzoek te vervolgen via de handen van 10 identieke 'spiegel-tweelingen': de hierboven beschreven worden bevestigd!
REFERENTIES: 1. "Male-female differences" 2. "Our left-handed cousins" 3. "Handedness in primates" 4. "What causes left-handedness?" 5. "Left-handedness myths" 6. "Biological asymmetry and handedness" 7. "The effect of hand preference on hand anthropometric measurements in healty individuals"
|
||||||||||||||||||||||||||